Ga naar de inhoud van deze pagina.
Kaderbrief 2027-2030 Raadsversie

Financieel overzicht

Een afbeelding van een molen

In dit hoofdstuk wordt de financiële meerjarenraming opgebouwd vanuit eerdere besluiten en gedeelde informatie (tabel 1) en onvermijdelijke ontwikkelingen (tabel 2).

Tabel 1 Financieel meerjarenperspectief op basis van vastgesteld begrotingssaldo 2027-2029

Het startpunt is het financieel meerjarenperspectief 2027-2029 uit de begroting 2026. Met daaraan toegevoegd alle door de raad vastgestelde begrotingswijzigingen tot en met april 2026 en de uitkomsten van de Decembercirculaire 2025, zoals is weergegeven in tabel 1. Er blijft onzekerheid rondom het gemeentefonds. In 2025 is er extra geld beschikbaar gesteld en heeft dit vooral tot verlichting voor de jaren 2026 en 2027 geleid. Er blijft veel onzekerheid over de toekomst. Voor de jaren 2026 en 2027 heeft u in juli bij de kaderbrief 2026 als raad gekozen om de begrotingstekorten te dekken uit de algemene reserve en ombuigingen vanaf 2028 in te zetten om tot een sluitende begroting te komen. Dit is overeenkomstig het VNG begrotingsadvies en past binnen de beschikbare financiële ruimte.


(Bedragen x € 1.000)

Omschrijving 2027 2028 2029

1. Begroting 2026




Incidenteel

-2.450

-1.740

-11

Structureel

-453

-1.154

-3.28


Saldo begroting

-2.903

-2.894

-4.96

Mutaties op de begroting 2026:

-34

367

37


2. Financiële afwijkingenrapportage 2025 - septembercirculaire (december 2025)




Incidenteel

-

-


Structureel

-624

-676

-79

3. Decembercirculaire 2025 (RIB januari 2026)




Incidenteel

-

-

-

Structureel

18

18

18

Tussentelling begrotingsstand (conform RIB januari 2026)

-606

-3.552

-5.738

4. Raadsvoorstellen




Trompplein en Breeschotenlaan in Maarn (S)


-126

-126

Centrumvisie Driebergen (I)




Sporthal de Ploeg Amerongen (S)


-75

-75

Actueel Beeld




Incidenteel

-2.450

-1.740

-1.678

Structureel

-1.059

-2.013

-4.261

Dekking uit algemene reserve

2.903

-

-

Totaal

-606

-3.753

-5.939


Tabel 2 Financieel meerjarenperspectief Kaderbrief 2027-2030 op basis van de onvermijdelijke ontwikkelingen

( Bedragen x € 1.000)


Actueel beeld 2027 2028 2029 2030

Incidenteel

-2.450

-1.740

-1.678

-1.678

Structureel

-1.059

-2.013

-4.261

-4.261

Dekking uit algemene reserve

2.903

-

-

-

Saldo begroting

-606

-3.753

-5.939

-5.939

Onvermijdelijke ontwikkelingen





1. Toevoegen jaarschijf 2030





Kapitaallasten

-

-

-

-640

Gemeentefonds

-

-

-

95

2. Indexering





Indexering kosten

-4.046

-4.054

-4.091

-4.100

Indexering opbrengst OZB

385

386

387

387

Indexering overige inkomsten

782

782

783

783

GR-ontwikkeling

-1.405

-1.375

-1.376

-1.381

Stelpost indexering

3.833

3.833

3.833

3.833

3. Overige onvermijdelijke ontwikkelingen





Jeugdwet

-1.042

-1.042

-1.042

-1.042

Wmo

625

625

625

625

Spreidingswet

212

PM

PM

PM

Wijziging dividend BNG

-198

-198

-198

-198

Begrotingsbeeld Kaderbrief 2027





Incidenteel

-2.392

-1.740

-1.678

-1.678

Structureel

-1.971

-3.055

-5.339

-5.898

Onttrekking algemene reserve

4.363




Saldo

0

-4.795

-7.017

-7.576


Toelichting

De verwachte ombuiging is twee keer zo hoog als in de kaderbrief 2026 is berekend. De rekenkundige exercitie die in de kaderbrief 2026 was bijgevoegd om € 3 miljoen te besparen aan de uitgaven op basis van het Berenschot-rapport is daarmee ontoereikend. Om het tekort op te vangen, zijn aanvullende maatregelen (kostenverlagend, inkomstenverhogend) noodzakelijk om per saldo minimaal het structurele tekort in 2030 (€ 5,9 miljoen) om te buigen.

Toelichting tabel 2


Actueel beeld
Tabel 2 begint met de eindstand van de tabel 1 waarin het actuele beeld is weergegeven op basis van eerdere besluitvorming en berichtgeving.

1. Toevoegen jaarschijf 2030
Met het toevoegen van de jaarschijf 2030 is er sprake van toevoeging van het volume accres van de algemene uitkering uit het gemeentefonds (€ 95.000 voordelig). Daarnaast is de ontwikkeling van de kapitaallasten op basis van de lopende investeringen (€ 640.000 nadelig) opgenomen. De grootste stijging van kapitaallasten zijn het gevolg van uitvoering van projecten op het gebied van onderwijshuisvesting (€ 400.000), wegen en verkeer (€ 220.000).

2. Indexering
Indexering budgetten

Conform de indexeringscijfers (bijlage 1) zijn de uitgaven- en inkomstenbudgetten geïndexeerd naar het prijspeil 2027. Dit is verdeeld naar kostencategorieën, opbrengsten uit OZB en overige inkomsten waaronder de afval- en rioolheffing en andere leges.

Gemeenschappelijke regelingen
De kadernota’s van onze gemeenschappelijke regelingen zijn ontvangen. In de meeste gevallen is hier ook een zienswijze op ingediend. In een aantal gevallen is reeds de concept begroting 2027 bekend. In zowel het geval van de kadernota als begroting is de aangekondigde ontwikkeling van de bijdrage van onze gemeente overgenomen. De kostenontwikkeling is grotendeels onvermijdelijke (o.a. prijseffect) en deels heeft het te maken met beleidskeuzes bij de GR-en (€ 323.000 in 2027). Ook deze laatste categorie is opgenomen in het financiële overzicht aangezien het reëel te verwachten is dat onze bijdrage met deze bedragen zal toenemen.

Vrijval stelpost indexering
De omvang van de dekking van de kosten van prijsontwikkeling is bepaald op basis van de berekening vanuit het gemeentefonds en de laatste informatie uit de Voorjaarsnota 2026 van het Rijk. In onze begroting houden we rekening met het verschuiven van het basisjaar waarmee de pBBP-compensatie reeks voor het jaar 2027 kan vrijvallen en de aanvullende post voor dekking loon- en prijsontwikkelingen. Bij elkaar is er in 2027 € 3,8 miljoen beschikbaar ter dekking van de kosten van indexering van onze budgetten.

3. Overige onvermijdelijke ontwikkelingen
De kosten voor jeugdzorg zijn in 2025 gestegen met € 1.000.000. De systematiek is om deze stijging op te nemen in de bestuursrapportage en kaderbrief. Dit bedrag is geïndexeerd vanaf 2027 opgenomen. Daar staat een daling van de uitgaven Wmo van € 600.000 tegenover. Zie voor verdere toelichting ‘Autonome ontwikkelingen’.

Op basis van de spreidingswet verwachten wij een bedrag voor 2026 en 2027 te ontvangen. Dit zal vergelijkbaar zijn qua omvang met de eerdere uitkering over 2024 en 2025 van € 212.000 per jaar. Voor de latere jaren is nog niet bekend wat een te ontvangen bedrag zal zijn in relatie tot de opgave.

De dividenduitkering van de BNG over het jaar 2025 valt lager uit. Conform onze uitgangspunten passen wij het niveau aan op de meest recente uitkering.

Procesvoorstel voor invulling ombuigingen

Vanaf 2028 staat de gemeente voor de opgave om te komen tot een structureel sluitende begroting. Op basis van de huidige inzichten loopt het structurele tekort op naar circa € 5,9 miljoen in 2030. Voor 2027 wordt het begrotingssaldo nog incidenteel gedekt vanuit de algemene reserve, waarmee tijd en ruimte ontstaat om zorgvuldig toe te werken naar structurele keuzes. Hoewel de voorziene onttrekking hoger is dan voorzien bij de begroting 2026, past dit binnen de regels van het onttrekken uit de algemene reserve en te zien als structurele dekking (maximaal 10% van het surplus van de algemene reserve waarbij de solvabiliteit boven de 20% blijft).

Om deze opgave op een beheerste en toekomstbestendige wijze in te vullen, is bij de begroting 2026 een procesvoorstel vastgesteld. Dit proces is erop gericht om tijdig en zorgvuldig mogelijke ombuigingen voor te bereiden, zodat bestuurlijke keuzes goed onderbouwd kunnen worden gemaakt. Daarbij wordt rekening gehouden met de noodzaak om maatregelen tijdig aan te kondigen en om inzicht te bieden in zowel financiële als maatschappelijke effecten.

Het uitgangspunt is dat besluitvorming over de concrete invulling van de ombuigingen plaatsvindt in deze raadsperiode. In 2026 wordt gewerkt aan het uitwerken van scenario’s en maatregelen, mede op basis van eerdere ervaringen en externe analyses (o.a. Berenschot). Deze worden betrokken bij de integrale afweging in de begroting 2027. Daarmee wordt de raad in staat gesteld om, in samenhang met de uitwerking van het raadsprogramma, richting te geven aan de noodzakelijke keuzes.

De invulling van deze taakstelling zal plaatsvinden via een combinatie van maatregelen, waaronder een taakstelling op de begroting naar rato van de beïnvloedbaarheid. Daarbij is afgesproken om in 2027 de voorgenomen maatregelen verder uit te werken zodat een definitief besluit bij de begroting 2028 genomen kan worden.

Hierbij wordt gestuurd op realistische en haalbare maatregelen, met oog voor draagvlak en uitvoerbaarheid. De omvang van het tekort vraagt om keuzes die zichtbaar en merkbaar zijn voor inwoners, organisaties en de gemeentelijke organisatie. De ervaringen uit eerdere bezuinigingsrondes laten zien dat een zorgvuldige fasering, realistisch begroten en aandacht voor lange termijn effecten essentieel zijn voor een duurzame invulling van de opgave.

Risico's en onzekerheden

De kaderbrief is een financieel perspectief op hoofdlijnen, vooruitlopend op de begroting en biedt richting maar geen exactheid en zekerheid. Het is duidelijk dat er richting de begroting nog de nodige onderzoeken en analyses worden uitgevoerd, bevestigingen worden ontvangen, keuzes worden gemaakt of herzien etc. Bij een aantal posten behoren dus kanttekeningen, genoemde kanttekeningen staan verspreid in de tekst per onderdeel. Samengevat de risico’s en onzekerheden op een rijtje:

  • De herijking van het gemeentefonds. Het is nog niet definitief wat de volgende stap is in het ingroeipad.
  • Geen uitsluitsel over ontwikkeling inkomsten van het Rijk. Dat volgt in de meicirculaire. Dit geldt voor zowel de algemene uitkering, de indexatie, de herijking en andere reguliere aanpassingen.
  • Onzekerheid over de ontwikkeling van de uitgaven sociaal domein op langere termijn (2028-2030).
  • De verhoging van opbrengsten van leges die maximaal kostendekkend mogen zijn.
  • De beoordeling van de provincie van de taakstelling die vanaf 2028 gaat worden verwerkt.
  • Onzekerheid over de voortzetting en opvolging van rijksregelingen, zoals de AZWA (opvolger van de IZA).
  • Ontwikkelingen vanuit het regeerakkoord zijn nog niet vertaald in een circulaire, zoals de beëindiging van de huishoudelijke hulp als onderdeel van de Wmo vanaf 2029.
  • Netcongestie als risico voor het realiseren van woningen, bedrijven, maar ook voor het stimuleren en realiseren van duurzaamheidsmaatregelen.
  • Als gevolg van mondiale (prijs)ontwikkelingen en mogelijke schaarste (onder meer energie en bouwmaterialen) nemen de financiële onzekerheden van de gemeente toe.
  • De VNG adviseert gemeenten om in de begroting rekening te houden met twee landelijke ontwikkelingen door middel van stelposten. Het betreft enerzijds de afspraken uit de Voorjaarsnota 2025 over de compensatie van gemeentelijke jeugdzorgkosten, die door het kabinet in het Overhedenoverleg van 13 april 2026 zijn herbevestigd. Anderzijds gaat het om de korting op het Gemeentefonds uit de Voorjaarsnota 2026 als gevolg van de voorgenomen afschaffing van huishoudelijke hulp binnen de Wmo. Omdat de uitwerking van beide maatregelen nog onzeker is, stelt de VNG voor om hiervoor stelposten op te nemen in de begroting. We zullen dit ook met de provinciaal toezichthouder bespreken.