In dit hoofdstuk worden ontwikkelingen weergegeven. De ontwikkelingen worden ingedeeld naar herkomst: waar komt de ontwikkeling vandaan en welke ruimte heeft de gemeente om er nee tegen te zeggen? Deze indeling is gekozen, zodat het aansluit bij de beleidsarme opzet van deze kaderbrief. De indeling maakt zichtbaar waarom een ontwikkeling wel of niet in het financieel perspectief is verwerkt. Hieronder gaan we in op ontwikkelingen, waar gemeenten een beperkte invloed op hebben. Het gaat om ontwikkelingen, die van buiten wordt geïnitieerd. Denk hierbij aan rijksbeleid en wetgeving. Maar ook aan ontwikkelingen bij gemeenschappelijke regelingen en maatschappelijke, mondiale trends. De gemeente kan niet kiezen óf zij meedoet; de lokale ruimte zit alleen in het hóe. Daarom zijn deze voor zover mogelijk financieel verwerkt in het meerjarenperspectief (tabel 2).
Hieronder gaan we in op ontwikkelingen, waar gemeenten een beperkte invloed op hebben. Het gaat om ontwikkelingen, dat van buiten wordt geïnitieerd. Denk hierbij aan rijksbeleid en wetgeving. Maar ook aan ontwikkelingen bij gemeenschappelijke regelingen en maatschappelijke, mondiale trends. De gemeente kan niet kiezen óf zij meedoet; de lokale ruimte zit alleen in het hóe. Daarom zijn deze voor zover mogelijk financieel verwerkt in het meerjarenperspectief (tabel 2).
Uitstel invoering van de inkomens-en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015
Het kabinet heeft in de voorjaarsnota 2026 laten weten dat de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage voor de Wmo 2015 niet eerder dan 1 januari 2028 kan ingaan. Dit betekent dat de invoering een jaar later is dan eerst gepland. In 2026 zou de gemeente extra geld krijgen om zich voor te bereiden op deze verandering. Dit geld staat nu in de begroting van 2026, maar wordt waarschijnlijk pas in 2027 gebruikt. Vanaf 2028 kan de gemeente, als de wet wordt ingevoerd, een eigen bijdrage vragen die afhankelijk is van het inkomen en vermogen van mensen die Wmo 2015-ondersteuning krijgen.
Nationale Terugvaloptie Oekraïense ontheemden
De Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) van Oekraïense ontheemden stopt op 4 maart 2027. Het Rijk werkt aan een zogenaamde Nationale Terugvaloptie (NTO) voor de periode daarna. Het plan is dat hierover halverwege dit jaar een besluit wordt genomen. Volgens de NTO krijgen ontheemden uit Oekraïne dezelfde rechten, plichten en voorzieningen als statushouders, met uitzondering van het onderdeel inburgering. De uitvoering van de NTO vraagt inzet van de gemeente, de Stichting Sociale Dorpsteams Utrechtse Heuvelrug, de Regionale Dienst Werk en Inkomen (RDWI) en vrijwilligersorganisaties. Omdat nog niet precies bekend is wat er in de NTO staat en of gemeenten hiervoor geld krijgen, is het nog niet duidelijk wat de inhoudelijke en financiële gevolgen zijn.
Netcongestie
De problematiek rond netcongestie speelt in ieder geval tot en met 2035 in de regio Utrecht. Dit belemmert o.a. de energietransitie, woningbouw en economische groei. Het is noodzakelijk dat de gemeente in samenwerking met overheden, netbeheerders en andere partijen werkt aan het oplossen van dit probleem. Gemeenten kunnen onder meer bijdragen door het zoeken van ruimte en het versnellen van de vergunningen voor netinfrastructuur, het verduurzamen van het eigen vastgoed en werkprocessen, en het stimuleren van inwoners en bedrijven richting energiebesparende maatregelen. Door intern de focus binnen de organisatie te verschuiven worden hiervoor geen extra middelen gevraagd.
Jeugdzorg
Kostenontwikkeling
De kosten van de gemeenten voor jeugdzorg blijven stijgen. Ook in 2025 was dit het geval. De stijging komt vooral door hogere kosten van jeugdhulp ambulant. Uit de realisatiecijfers 2025 en een data-analyse blijkt een structureel effect. Een structurele bijstelling van € 1 miljoen is daarom noodzakelijk en verwerkt in het meerjarenperspectief.Tegelijkertijd werkt de gemeente aan maatregelen om de jeugdzorg toekomstbestendig te maken door focus te leggen op preventie en het versterken van het gewone leven. Hiervoor zet de gemeente vanaf 2026 extra middelen in, die op termijn moeten leiden tot een verminderde inzet van jeugdzorg. Daarbij wordt ook extra ingezet op monitoring om de ontwikkeling te volgen en indien nodig de inzet op preventieve maatregelen te wijzigen.
Begin 2027 brengt de Commissie van Ark een tweede adviesrapport uit, vóór de voorjaarsnota 2027. De commissie beoordeelt of de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd de gewenste verbeteringen opleveren. Ook onderzoekt de commissie of de financiële kaders houdbaar zijn.
Nieuwe inkoopcontracten jeugdhulp
Per 1 januari 2027 gaan de nieuwe inkoopcontracten voor jeugdhulp verblijf en ambulant in. De basis hiervoor is de regionale inkoopkoers Jeugd en Wmo ‘versterken van het gewone leven’. De financiële gevolgen hiervan zijn nog niet in beeld.
De nieuwe inkoopcontracten voor hoogspecialistische jeugdhulp — voorheen essentiële jeugdzorgfuncties — gaan niet per 1 januari 2027 in. De verwachting is dat de bovenregionale aanbesteding medio 2027 is afgerond. Er is een uitlooptermijn tot uiterlijk 1 januari 2028. De financiële gevolgen zijn op dit moment nog niet in beeld.
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met stijgende kosten voor de Wmo als gevolg van de vergrijzing. Op basis van de realisatiecijfers over 2025 verwacht de gemeente dat de kosten minder sterk stijgen dan eerder gedacht en kan de begroting met € 600.000 worden verlaagd en is verwerkt in het meerjarenperspectief.
Werk en inkomen: Regionale Dienst Werk en Inkomen
Voor 2027 wordt ten opzichte van de meerjarenraming 2027 van de gemeentelijke begroting 2026 een bruto toename van de gemeentelijke bijdrage verwacht van € 2.144.000. Dit wordt met name veroorzaakt door stijging van de loonkosten. Een deel van dit bedrag, € 1.408.000 wordt gecompenseerd door aanvullende rijksbijdragen waardoor het netto nadelig effect voor de gemeente € 736.000 bedraagt in 2027. Van deze extra lasten en baten heeft € 154.000 een incidenteel karakter. Meerjarig (2028 – 2030) is vooralsnog, in afwachting van de conceptbegroting 2027 – 2030 RDWI, uitgegaan van een aan 2027 gelijkblijvend financieel perspectief. De genoemde effecten zijn verwerkt in het meerjarenperspectief.
Centrumregeling sociaal domein regio Zuidoost Utrecht (ZOU)
Naar aanleiding van een wetswijziging, treedt op 1 januari 2027 de Centrumregeling Sociaal Domein Regio Zuidoost Utrecht in werking. Vanaf die datum is Utrechtse Heuvelrug centrumgemeente voor een aantal (uitvoerende en coördinerende) regionale taken op het gebied van Jeugd en Wmo. Die taken betreffen de uitvoering van inkoop- en contractmanagement en daarmee samenhangende (boven)regionale beleidsvoorbereiding. Uitvoering van de taken gebeurt in nauwe samenspraak met de buurgemeenten. Om in aanvulling op de Centrumregeling ook de bestaande netwerksamenwerking voort te zetten, is tussen de vijf ZOU-gemeenten ook een Samenwerkingsovereenkomst gesloten. Er is in regionaal verband bewust voor gekozen, om met de Centrumregeling en de Samenwerkingsovereenkomst dicht te blijven bij de bestaande (organisch gegroeide) samenwerking. Daarin fungeerde onze gemeente al als ‘gastheergemeente’. De veranderingen zijn vooral juridisch en organisatorisch van aard. De samenwerkingspartners, de taken, de bekostiging en de inhoud van die taken veranderen niet. De Centrumregeling heeft ook geen gevolgen voor inwoners; er zijn geen directe maatschappelijke effecten te verwachten.
Bluswatervoorzieningen
De eindverantwoordelijkheid voor voldoende openbare bluswatervoorzieningen en de bereikbaarheid daarvan ligt wettelijk bij de gemeente en de taakuitvoering bij de VeiligheidsRegio Utrecht (VRU). Op basis van een inventarisatie door de postcommandanten van de vijf brandweerposten heeft de VRU een aanbeveling gedaan voor de kernen waar de bluswaterdekking nu ontoereikend is. Het gaat om in totaal 94 nieuwe brandkranen en 15 brandputten, verspreid over alle dorpen, om te kunnen blijven garanderen dat hulpdiensten bij brand en andere calamiteiten over voldoende bluswater beschikken. De uitbreiding van het areaal leidt tot een structurele verhoging van het beheerbudget met € 22.000 per jaar, naast de kapitaallasten van de aanleg. De gemeente zet erop in om de aanleg waar mogelijk mee te koppelen met geplande rioolvervangingen in 2027-2029, omdat aansluitkosten binnen een lopend project aanzienlijk lager liggen.
Grip op indirecte lozingen
Vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water moeten alle waterlichamen uiterlijk in 2027 een goede ecologische en chemische toestand bereiken. Het lozen van afvalwater door bedrijven vormt hierbij een belangrijk risico. Met het regionale Actieprogramma Grip op indirecte lozingen (vastgesteld op 31 oktober 2025) is afgesproken hoe deze opgave in de regio wordt aangepakt. Voor onze gemeente gaat het om drie vergunningsplichtige en 63 meldingsplichtige bedrijven met een hoog risicoprofiel. De vergunning-, toezicht-, handhavings- en adviestaak wordt belegd bij de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODU). Hiermee is een structurele bijdrage van circa € 46.000 per jaar gemoeid