Ga naar de inhoud van deze pagina.
Kaderbrief 2027-2030 Raadsversie

Lokale ontwikkelingen (niet financieel vertaald)

Hieronder staan ontwikkelingen die niet voortkomen uit bestaand beleid. Deze ontwikkelingen zijn opgenomen in deze beleidsarme kaderbrief omdat deze onderwerpen al eerder aan de orde zijn gekomen. Deze ontwikkelingen vragen een verdere uitwerking en afweging. De effecten hiervan zijn niet in het financieel perspectief (tabel 2) verwerkt.

Weerbaarheid
In deze onzekere tijd is het belangrijk dat inwoners, organisaties en de gemeente goed kunnen omgaan met ontwrichtende gebeurtenissen. Dit vraagt om meer zelfredzaamheid en samenwerking. Met extra personeel kan de gemeente meer doen en sneller werken. Dit zorgt voor betere samenwerking en resultaten op het gebied van veiligheid. De gemeente wil ook groepen inwoners en organisaties die meehelpen financieel ondersteunen. Hiervoor komt er een subsidieregeling. Dit versterkt ook de sociale contacten in de buurt. De kosten voor deze extra inzet en de subsidieregeling kunnen voor 4 jaar gedekt worden uit de middelen die de gemeente kreeg vanuit de Spreidingswet (2024/2025).
Omgevingsverzoeken

De afgelopen jaren zijn, met behulp van provinciale subsidie, extra leges-inkomsten en tijdelijk niet ingevulde vacatureruimte, twee projectleiders en een adviseur ruimtelijke ordening ingehuurd voor het afhandelen van omgevingsverzoeken en het geven van de benodigde adviezen. Ondanks deze tijdelijke capaciteitsuitbreiding blijkt het een uitdaging om dossiers tijdig en zorgvuldig af te handelen. In het afgelopen jaar is het initiatievenproces geëvalueerd en is samen met projectontwikkelaars verkend hoe dit proces verder geoptimaliseerd kan worden. De gemeente blijft zich inzetten op deze optimalisatieslag.

Desondanks blijft de druk op de organisatie toenemen door een aantal structurele ontwikkelingen:

  • stijgend aantal woningbouwprojecten;
  • invoering en verdere uitwerking van nieuw (lokaal) beleid;
  • een toenemend kritische houding van inwoners en belangengroepen, wat leidt tot intensievere participatie en afstemming.

Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat de vraag naar capaciteit structureel hoger ligt dan momenteel beschikbaar is. Hierdoor komt de voortgang en kwaliteit van de afhandeling van omgevingsverzoeken onder druk te staan.

Door de inzet van extra capaciteit:

  • blijft het ambitieniveau haalbaar, doordat projecten en omgevingsverzoeken tijdig kunnen worden behandeld;
  • worden vertragingen in de planning beperkt, wat essentieel is voor het realiseren van woningbouwdoelstellingen en andere ruimtelijke opgaven;
  • is de kwaliteit en reikwijdte van participatie geborgd, doordat voldoende tijd beschikbaar is voor zorgvuldige afstemming met inwoners en belanghebbenden.

Voor een adequate uitvoering is structureel behoefte aan 2 fte projectleiders voor de afhandeling van omgevingsverzoeken en 0,67 fte adviseur Ruimtelijke Ontwikkeling voor de inhoudelijke advisering op deze verzoeken.

Bouwtoezicht en handhaving
Uit de evaluatie 2025, opgesteld ten behoeve van de doorontwikkeling van toezicht en handhaving, blijkt dat voor een adequaat niveau van toezicht op verleende vergunningen een bezetting van circa 6 fte bouwtoezicht noodzakelijk is. Op dit moment is er 4 fte beschikbaar, waarmee een toezichtsniveau van ongeveer 50% wordt gerealiseerd. De gestelde norm (bron: ?) ligt echter op 60% – 70% toezicht. In deze berekening de verzoeken tot handhaving die niet direct gerelateerd zijn aan vergunningen nog niet meegenomen.

De huidige onderbezetting leidt tot de volgende risico’s:

  • de gestelde toezichtsnorm wordt niet gehaald;
  • beperkt zicht op naleving van vergunningen;
  • illegale of afwijkende bouwactiviteiten;
  • de kwaliteit en geloofwaardigheid van toezicht en handhaving staan onder druk.

Daarnaast is de afgelopen jaren sprake van een duidelijke toename van het aantal zaken dat bij handhavingsjuristen wordt belegd. Het betreft zowel handhavingszaken als een groeiend aantal bezwaar- en beroepsprocedures. Deze ontwikkeling hangt samen met de intensivering van toezicht en handhaving om aan de gestelde normen te voldoen, de toenemende complexiteit van wet- en regelgeving en een kritischer houding van inwoners en belanghebbenden.

Tegelijkertijd neemt het aantal interne en externe handhavingsverzoeken toe, terwijl de juridische capaciteit niet in gelijke mate is meegegroeid met de uitbreiding van toezichthoudende taken en de stijgende vraag naar handhaving.

De huidige onderbezetting leidt daarbij tot risico’s ten aanzien van:

  • de kwaliteit en zorgvuldigheid van juridische besluitvorming;
  • de tijdigheid van afhandeling van zaken;
  • de werkdruk en duurzame inzetbaarheid van medewerkers;
  • juridische fouten en financiële consequenties voor de gemeente.

Voor een adequate uitvoering van toezicht en handhaving bestaat structureel behoefte aan uitbreiding met 1 fte bouwtoezichthouder en 1 fte handhavingsjurist.

Werkconcept
De kantooromgeving voor medewerkers is ingericht op verschillende manieren van werken. Er wordt flexibel gewerkt, waarbij de laptop als primaire werkplek fungeert. Het huidige werkconcept gaat uit van een verdeling van 50% werken op een kantoorlocatie en 50% thuis of elders.

De afgelopen jaren is, door landelijke en lokale verplichtingen en ambities, het aantal medewerkers binnen de organisatie toegenomen. Dit leidt tot signalen vanuit de organisatie dat teams onvoldoende in staat zijn om gelijktijdig en fysiek samen te werken. Daarnaast is het aantal beschikbare overlegruimtes afgenomen. Hierdoor wordt het steeds complexer om een goede balans te realiseren tussen samenwerken, digitaal werken en geconcentreerd werken, zowel thuis, elders als op kantoor. Dit terwijl de complexiteit van opgaven steeds meer vraagt om voldoende ontmoeting en uitwisseling van informatie.

Om een goed en objectief beeld te krijgen van de huidige situatie en de mate waarin het bestaande werkconcept nog passend is, wordt in 2026 het werkconcept geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie kan worden vastgesteld of aanpassing van het werkconcept noodzakelijk is. De mogelijke consequenties van een dergelijke aanpassing zijn op dit moment nog niet bekend en zullen nader worden uitgewerkt op basis van de uitkomsten van de evaluatie.

Vitale organisatie staat onder druk
Om de ambities van de gemeente waar te maken is een vitale organisatie van belang. Het in balans houden van de in-, door- en uitstroom van het personeel is een toenemende zorg. Als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt kost het steeds meer inspanning geschikt personeel te werven en te behouden. Daarnaast bereiken veel medewerkers de pensioengerechtigde leeftijd waardoor ze uitstromen. Alhoewel dynamiek in het personeelsbestand ook veel kansen kent, betekent de dynamiek rond de personele bezetting risico voor een beheerste bedrijfscontinuïteit. Met name in specialistische functies en sleutelposities ontstaat extra kwetsbaarheid. Daarnaast gaat met het vertrek van ervaren medewerkers essentiële kennis verloren. Gevolgen zijn doorlooptijden die toenemen, kwaliteit die onder druk komt te staan en voorspelbaarheid van uitvoering die afneemt. Zonder gerichte maatregelen op het gebied van personeelsplanning, werving, behoud en ontwikkeling zal dit risico de komende jaren verder toenemen. Met het benoemen van dit risico sluiten we helaas aan op een landelijke trend. Een specifiek aandachtspunt hierbij betreft het werkveld van HR en communicatie. Thema’s als arbo, veiligheid, verzuimbegeleiding en organisatieontwikkeling vragen de komende tijd om structurele borging.

Tegelijkertijd heeft de organisatie nog invulling te geven aan een structurele taakstelling op personeel van € 361.000 welke vraagt om scherpe keuzes binnen de bestaande formatie en middelen. Dit leidt tot een spanningsveld waarin enerzijds wordt gevraagd om te besparen op personeel, terwijl anderzijds de kwetsbaarheid van de organisatie toeneemt.

Gemeenschappelijke regelingen
In februari 2026 hebben vrijwel alle Utrechtse gemeenten gezamenlijk een brief gestuurd aan de gemeenschappelijke regelingen (GR’en) met het verzoek om bij de prijsindexering aan te sluiten bij de index uit het gemeentefonds (prijsmutatie BBP) en inzicht te geven in structurele besparingsmogelijkheden.

Gelet op de financiële druk op gemeenten en de opgave om vanaf 2028 te komen tot een structureel sluitende begroting, is er geen ruimte voor aanvullende stijging van gemeentelijke bijdragen bovenop de indexeringssystematiek van het pBBP. Alleen bij aantoonbare noodzaak, bijvoorbeeld vanwege wettelijke verplichtingen, kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken.

Bij de beoordeling van de ontwerpbegrotingen 2027 wordt bezien in hoeverre deze uitgangspunten zijn verwerkt. Voor zover dit nog niet (volledig) het geval is, wordt dit betrokken in de zienswijzen. Daarbij wordt verzocht om in de kadernota’s en begrotingen vanaf 2028 wél volledig aan te sluiten bij deze lijn.

Daarnaast wordt de gemeenschappelijke regelingen gevraagd om in hun kadernota’s voor 2028 inzicht te geven in mogelijke structurele besparingen, zodat de gemeenteraad integrale afwegingen kan maken richting een structureel sluitende meerjarenbegroting.