Hieronder staan de ontwikkelingen die meer lokaal van aard zijn en voortvloeien uit reeds genomen besluiten en bestaand beleid (raadsbesluiten, vastgestelde verordeningen, etc.). Wat hier staat is doorwerking van eerdere besluitvorming, maar maken geen onderdeel van het financieel perspectief (tabel 2).
Natuurbrandrisico
Met de recente natuurbranden in Nederland in de afgelopen maanden is weer duidelijk geworden hoe urgent het is om het risico op een onbeheersbare natuurbrand te beperken door preventieve maatregelen. In de provincie Utrecht speelt het risico op natuurbranden vooral op de Utrechtse Heuvelrug. Dat is na de Veluwe het grootste aaneengesloten bos- en heidegebied van Nederland.
De provincie, de VRU, gemeenten en terreinbeherende organisaties onderzoeken samen wat er nodig is om het risico op een onbeheersbare natuurbrand te beperken. En zorgen er samen voor dat die maatregelen worden getroffen.
Voor grote delen van het gebied is inmiddels onderzocht welke maatregelen nodig zijn om de Utrechtse Heuvelrug natuurbrandveiliger te maken. Sommige maatregelen kunnen op korte termijn al genomen worden, voor andere maatregelen is meer tijd nodig. De maatregelen moeten door de gemeenten worden vertaald naar een lokaal uitvoeringsprogramma. Vervolgens vindt de daadwerkelijke uitvoering plaats.
Voor het opstellen van het lokale uitvoeringsprogramma en voor het aanjagen/organiseren van de uitvoering is voor enkele jaren middelen nodig. Uit het uitvoeringsprogramma zal blijken welke kosten de lokale maatregelen met zich meebrengen en welke eventueel vergoed kunnen worden uit het regionale project.
Onderwijshuisvesting
In 2027 stelt de gemeente de herijking van het integraal huisvestingsplan (IHP) 2025-2040 op. Hiermee wordt het tweede uitvoeringsprogramma van het IHP, voor de periode 2029-2032 vastgelegd. Bij het opstellen van het IHP in 2024 is al vastgelegd met welke zeven scholen we in deze periode aan de slag gaan, de volgorde wordt nog wel bepaald. De investeringen die hiermee gemoeid zijn hebben nog geen groot effect op de periode van deze kaderbrief, maar de gemeente legt hiermee wel de structurele lasten voor de toekomst vast. Naar schatting gaat het om een verhoging van de structurele lasten met € 1,7 miljoen per jaar vanaf de periode 2034 tot 2038.
Binnen de onderwijshuisvestingsbegroting is geen budgetruimte beschikbaar en daarom zal de verhoging van de jaarlijkse indexatie ten laste komen van het structurele begrotingssaldo. Voor deze indexatie wordt de gemeente (deels) gecompenseerd in de algemene uitkering van het rijk. Met de kennis van nu leidt de verhoging van de structurele lasten van het tweede uitvoeringsprogramma van het IHP op termijn tot een verhoging van de bezuinigingstaakstelling.
Bosbad Leersum
De waterzuiveringsinstallaties bij Bosbad Leersum zijn verouderd. Zij functioneren nog wel, echter de regels omtrent waardes van zwemwater zijn aangescherpt. Hierdoor voldoet de huidige waterhuishoudingstechniek niet meer. De gemeente is eigenaar van het Bosbad en daarmee verantwoordelijk voor de vervanging van de waterzuiveringsinstallaties. Hiervoor is een investeringskrediet van €130.000 nodig voor een technische installatie. De bijbehorende structurele lasten van rente en afschrijving zijn € 11.000.
Onderhoud Vastgoed
Het gemeentelijk vastgoed wordt beheerd en onderhouden op het vastgestelde onderhoudsniveau. Hiervoor zijn duurzame meerjarenonderhoudsplannen opgesteld, die inzicht geven in planning van de uitvoering en financiën. In de huidige (financiële) systematiek wordt het preventief en correctief onderhoud en het planmatig onderhoud vanuit de jaarlijkse exploitatiebudgetten bekostigd. Om in de toekomst beter voorbereid te zijn op de uitvoering van het planmatig onderhoud is het nuttig en wenselijk om dit planmatig onderhoud te bekostigen uit de reserve onderhoud gebouwen. Het planmatig onderhoud kent een schommelend uitgavenpatroon en het gaat vaak om substantiële bedragen. De omvang van de uitgaven kan daardoor sterk per jaar verschillen. Door hiervoor jaarlijks middelen te reserveren in de reserve onderhoud gebouwen, wordt het mogelijk om de uitvoering van onderhoud in specifieke jaren te realiseren zonder dat dit leidt tot grote schommelingen in de exploitatie.
Dat is een bestaande reserve die hiermee beter wordt benut. Het planmatig onderhoud is daarmee geen onderdeel meer van de jaarlijkse exploitatiebudgetten. De geraamde bedragen blijven beschikbaar in de reserve als de planning van de uitvoering in de tijd anders loopt (verschuiving in jaren) dan vooraf ingeschat. De financiële vertaling van deze omzetting van planmatig onderhoud wordt verder uitgewerkt in de begroting (2027).
Het bestand van gemeentelijk vastgoed wijzigt in de tijd. Voorbeelden hiervan zijn sporthal de Ploeg in Amerongen en de Twee Marken in Maarn die in eigendom van de gemeente zijn gekomen. Van dit vastgoed worden eveneens duurzame meerjarenonderhoudsplannen opgesteld die mee gaan lopen in de financiële vertaling.
Opvang zwerfdieren
Opvang van zwerfdieren is een wettelijke taak van de gemeente. Opvangcentra krijgen daarvoor betaald, maar deze vergoeding is te gering gebleken. Hiermee komt het voortbestaan van deze opvangcentra in gevaar en daarmee de uitvoering van onze wettelijke taak. Daarom wordt voorgesteld de bijdrage aan opvangcentra te verhogen. De lasten stijgen hierdoor jaarlijks met € 38.000. Dit is als structurele mutatie in de bestuursrapportage 2026 opgenomen.
Buitenruimte
In de afgelopen raadsperiode zijn veel ontwikkelingen in de Buitenruimte in gang gezet. Klimaatadaptatie, biodiversiteit, meer groen, minder steen. Maar ook (verkeers)veiligheid, een hoger onderhoudsniveau, een goed werkend riool en minder restafval. De komende jaren is onze organisatie druk om de ambities te vertalen in zichtbare resultaten buiten. De aandacht voor de gevolgen van klimaatverandering en afnemende biodiversiteit nemen landelijk toe.
Er gebeurt zoveel in de buitenruimte dat het steeds ingewikkelder is om alle werkzaamheden van onszelf en van anderen goed af te stemmen. De gemeente heeft hoge ambities met betrekking tot onderhouds- en herinrichtingsprojecten en voert het uitvoeringsprogramma van het Mobiliteitsplan uit. Tegelijkertijd vindt een sanering van brosse leidingen plaats, wordt een aanzienlijke verzwaring van het stroomnet uitgerold en zijn andere overheden bezig met onderhoud en reconstructies van wegen, waterleidingen en dijken. Dit vraagt in toenemende mate aandacht en afstemming.
Scholingsbudget buitendienst
Om de ambities in de buitenruimte waar te maken is het team Onderhoud de afgelopen jaren doorontwikkeld: er zijn nieuwe medewerkers geworven en fors geïnvesteerd in vakinhoudelijke opleidingen. Om de wettelijke vakbekwaamheids- en veiligheidseisen op peil te houden, is jaarlijkse bijscholing noodzakelijk. Uit het opgestelde scholingsplan voor de buitendienst blijkt dat het bestaande opleidingsbudget hiervoor structureel ontoereikend is. Het op niveau houden van de scholing vraagt een structurele aanvulling op het bestaande opleidingsbudget met € 70.000 in 2027. Zonder deze aanvulling ontstaan risico's op het gebied van veiligheid en vakmanschap bij de uitvoering van het beheer.
Opslaglocaties
De gemeente gebruikt voor haar bedrijfsvoering in de openbare ruimte drie depotlocaties: De Woerd (Driebergen), Velperengh (Doorn) en Burgwal (Amerongen). Op deze locaties wordt tijdelijk materiaal en materieel opgeslagen voor werkzaamheden in de buitenruimte. De locatie De Woerd vervalt in 2027 vanwege uitbreiding van de Stedin-locatie. De locatie Velperengh (gemeentewerf/milieustraat) is inmiddels maximaal benut en biedt alleen nog beperkte, kortdurende opslag.
Door het afnemen van beschikbare ruimte ontstaan knelpunten. Materialen moeten in kleine hoeveelheden worden geleverd, wat leidt tot extra transportbewegingen, hogere kosten en meer milieubelasting. Tegelijkertijd ontbreekt ruimte om vrijkomende materialen op te slaan, waardoor deze worden afgevoerd en later opnieuw moeten worden ingekocht. Op basis van de uitgevoerde werken in 2025 gaat het om circa 3.000 pallets per jaar (exclusief grootschalige projecten). Daarnaast worden per 1 januari 2027 strengere eisen gesteld via Milieu Kosten Indicatoren (MKI’s), waarbij milieu-impact wordt vertaald naar kosten. Zonder mogelijkheden voor hergebruik wordt het lastiger om aan deze eisen te voldoen, wat de uitvoerbaarheid van projecten onder druk zet.
Gezien de afnemende ruimte en toenemende opgave is het noodzakelijk om te zoeken naar mogelijkheden voor hergebruik van materialen en aanvullende opslagcapaciteit.
WOO-proces
Er is sprake van een duidelijke stijgende trend in het aantal Woo-verzoeken. Deze toename heeft invloed op de afhandelingstermijnen en gaat daarnaast ten koste van reguliere werkzaamheden en andere opgaven binnen de organisatie. Bovendien zijn Woo-verzoeken steeds vaker omvangrijk en complex. Niet-tijdige afhandeling leidt daardoor vaker tot juridische procedures, klachten en ingebrekestellingen.
Ten opzichte van 2023 is het aantal Woo-verzoeken in twee jaar tijd bijna verdubbeld. Ook voor 2026 en 2027 is de verwachting dat het aantal verzoeken boven de 100 zal uitkomen.
De huidige inrichting van de organisatie is onvoldoende om de Woo-verzoeken structureel en binnen de geldende termijnen af te handelen. Om ook in de toekomst aan deze opgave te kunnen voldoen, staat voor 2026 het opstellen van een Plan van Aanpak Verbeterproces Woo gepland. Dit plan moet concreet inzicht geven in wat nodig is om de behandeling van Woo-verzoeken toekomstbestendig te organiseren.
Achterblijvende software ontwikkeling
De digitalisering van een aantal processen loopt achter als gevolg van het (nog) niet beschikbaar hebben van alternatieven. Hierdoor is het de komende twee jaren noodzakelijk dat er nog aanvullende capaciteit noodzakelijk is om aan de vereisten van de informatiewetten en lokale regelingen te voldoen. De verwachting is dat in de komende twee jaar de applicatie die voor de Wmo en jeugdhulp wordt gebruikt wordt aangewezen als archiefbewaarplaats (en wellicht vervangen). En, dat het platform dienstverlening (PodiumD) wordt vernieuwd. Als gevolg van deze ontwikkelingen zal het volume van de in- en uitgaande poststromen (mail, brieven e.d.) gaan verminderen en geautomatiseerd worden. Tot die tijd blijft het volume van de handmatige afhandeling van in- en uitgaande post onverminderd groot. Voor een adequate uitvoering is er de komende 2 jaar behoefte aan extra capaciteit (0,67 fte) voor recordbeheer.