Inleiding
De wijze waarop gemeenten invulling moeten geven aan de financieringsfunctie is geregeld in de wet Financiering decentrale overheden (Wet fido), de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden, de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). De nadruk ligt hierbij op de kredietwaardigheid van een gemeente en op de flexibiliteit en transparantie van het financieringsbeleid. De regels over het financieringsbeleid betreffen onder andere het aangaan van leningen, de kasgeldlimiet, de liquiditeits- en schuldpositie, de renterisiconorm en de verplichting om middelen aan te houden in rekening-courant bij het Rijk. Naast de regels bieden deze wetten ook kaders voor de beheersing van risico’s binnen de financieringsfunctie. Op lokaal niveau vertaalde de gemeente de landelijke regelgeving in een Treasurystatuut. In deze paragraaf vindt u informatie over de ontwikkelingen van de kasgeldlimiet, renterisiconorm, schulden en rentekosten die de gemeente in de komende jaren verwacht.